Ga voor totale wereldheerschappij: 8 voordelen van publiceren in buitenlandse tijdschriften

Kijk, als schrijvers zijn we natuurlijk allemaal verknocht aan onze wondermooie, Nederlandse taal. Maar dat er zo weinig mensen die taal met ons delen, beperkt onze afzetmarkt en publicatiemogelijkheden. Toen ik zelf begon met publiceren in buitenlandse magazines en op websites uit de Verenigde Staten, Engeland, Ierland en zelfs Afrika en Azië, ging er – letterlijk – een hele wereld voor me open. Dit zijn enkele voordelen die het voor mij absoluut de moeite maken om mijn werk te vertalen.

Nee, echt. Jouw verhaal, gedicht, essay of artikel gepubliceerd aan de andere kant van de wereld. Hoe cool is dat eigenlijk?! 

Het (potentieel) bereik van buitenlandse, Engelstalige publicaties ligt vele malen hoger. Zo heeft het Amerikaanse poëzietijdschrift Rattle een slordige achtduizend abonnees. Niet slecht voor een magazine dat uitsluitend gedichten publiceert. En er zijn andere literaire magazines en websites met een veelvoud aan (betalende) lezers.

Bovendien heb je ook algemene tijdschriften die naast nieuws, cartoons en eigen artikelen in elke editie poëzie en/of proza publiceren en waar jij als onbekend schrijver naar kan inzenden. Denk maar aan het Amerikaanse The Sun Magazine (70.000 lezers), The Atlantic (meer dan 900.000 lezers) of The New Yorker (1,2 miljoen lezers). Deze tijdschriften betalen doorgaans (zèèr) goed, maar uiteraard is de concurrentie soms even dodelijk als de gemiddelde seriemoordenaar in een Amerikaanse misdaadserie. 

Mede door het grotere aantal lezers, beschikken veel publicaties over (veel) middelen. En dat merk je aan alles: de kwaliteit van de uitgave, de vormgeving, het feit dat veel tijdschriften hun schrijvers betalen.

Natuurlijk zijn er ook heel ‘amateuristische’ magazines en zines, gemaakt door één of een handvol mensen, op kleine oplage. Die hebben doorgaans hun eigen charme en vaak zit er veel passie en gedrevenheid achter. Ook in deze uitgaven publiceren kan een bijzondere ervaring zijn.

Dit geldt natuurlijk niet voor alle buitenlandse magazines, maar er zijn er veel die jong en hip zijn, waar een gedreven ploeg achter zit die niet vies is van experimenteren met genres, vormgeving en dergelijke, met een groot aantal volgers op sociale media. En zeg nu zelf: hoe vaak krijg je als schrijver de kans om hip te zijn? 😉

Hoewel er in België en Nederland enkele mooie initiatieven zijn, zie ik nog veel te vaak tijdschriften en wedstrijden waarbij je het moet doen met de ‘eeuwige roem’ – die doorgaans zo goed als niets voorstelt – of een boekenbon van 20 euro, waar je niet eens een nieuwe roman voor kan kopen zonder zelf nog in je geldbeugel te schieten. In het buitenland zijn er veel meer betalende publicaties en wedstrijden. De bedragen variëren van enkele euro’s (ponden/dollar/…) tot honderden of uitzonderlijk zelfs duizenden euro’s.

Heel wat bands en kunstenaars kunnen ervan meespreken: soms moet je blijkbaar eerst potten breken in het buitenland, voor de Belgen of Nederlanders overstag gaan. Als je hier niet of onvoldoende gepubliceerd wordt, dan neem je die kansen toch gewoon elders. Na een tijdje heb je een indrukwekkend portfolio opgebouwd waar zelfs die kritische landgenoten niet omheen kunnen.

Wie bijvoorbeeld horror of fantasy schrijft, heeft het moeilijk op de Nederlandstalige markt. In de VS zijn deze genres net booming. Het valt me telkens weer op hoeveel tijdschriften horror, fantasy, slipstream, sciencefiction, … publiceren. Bovendien zijn veel van deze publicaties heel populair en betalen ze nog goed ook. Vaak beter dan hun ‘traditioneel-literaire’ broertjes!

Er is een grote diversiteit aan tijdschriften waarin je kan publiceren. Hier enkele voorbeelden:

  • Literaire tijdschriften verbonden aan een universiteit. Je zou misschien denken dat je daar moeilijk binnen geraakt of dat het een elitair gebeuren is, maar dat is zeker niet waar.
  • Online en zelfs papieren magazines die door een handvol mensen worden gemaakt. Soms zijn deze heel leuk, kwaliteitsvol en heerlijk eigenzinnig. De editors zijn vaak vriendelijk, gedreven en behulpzaam.  
  • Publicaties die al decennialang, soms zelfs meer dan honderd jaar bestaan, bekende schrijvers publiceerden (soms voor ze bekend werden) en een mooie reputatie opbouwden.
  • Publicaties die recent zijn opgericht. Soms ontdek je zelfs een magazine dat bijdragers zoekt voor de allereerste editie. Natuurlijk weet je dan niet waar je werk eigenlijk terechtkomt, maar het kan spannend zijn om mee aan de wieg van iets te staan, en misschien groeit het wel uit tot een topmagazine dat grote namen publiceert.
  • Publicaties die slechts één keer per jaar verschijnen en er een dik, bijzonder vormgegeven tijdschrift of boek van maken.
  • Magazines die slechts één genre publiceren, zoals horror, kinderverhalen of fantasy. Soms zoeken ze zelfs een specifieke niche of thema binnen dat subgenre. Zo zag ik ooit een oproep voor een anthology waarbij je een horrorverhaal moest schrijven dat is gebaseerd op een Nirvana-nummer.
  • Magazines en websites uit de VS, Canada, Zuid-Amerika, Europa, Australië, Azië, … Je kan als schrijver een virtuele wereldtournee maken.

Je vindt altijd wel een magazine dat bij je past. Op hun websites kan je vaak samples lezen van werk dat ze eerder publiceerden, en vaak ook een mission statement of gelijkaardige verklaring. Ook de vormgeving en algemene sfeer van een magazine kunnen je aanspreken – of helemaal niet. Doordat er zo’n grote diversiteit is, vindt iedereen wel zijn gading.

Wij, schrijvers uit de Lage Landen, doen allemaal mee aan dezelfde wedstrijden, sturen ons werk naar dezelfde tien (zijn het er nog wel tien?) uitgeverijen die nog ongevraagde manuscripten ontvangen (en lezen?), … Het ultieme doel: bij een grote uitgeverij binnen geraken. Maar dat is slechts weinigen gegeven én zelfs als het lukt, biedt dit tegenwoordig soms bitter weinig meerwaarde. Uitgevers kunnen je niet meer begeleiden zoals ze vroeger deden. Vaak moet je toch zelf je promo voeren, laat de redactie te wensen over en vallen de oplagen tegen.

Het heeft ook iets beklemmends. Alsof je maar een handvol kansen hebt om ‘het te maken’ als schrijver. En dat terwijl je vanuit het buitenland verhalen hoort van bekende schrijvers wier manuscript door zeventien uitgevers werd afgewezen, voor ze dat verlossend bericht kregen. De editor van een Amerikaans magazine waarin ik publiceerde, vertrouwde me toe dat je je verhaal soms naar 19 tijdschriften (!) moet sturen, voor het gepubliceerd wordt. Zoveel tijdschriften zijn er niet eens die Nederlandstalige verhalen publiceren.

Je werk vertalen en naar het buitenland sturen, is iets wat (voorlopig) nog maar weinig schrijvers doen. En daarmee doe je iets anders dan de massa. Anarchie!

Leen Raats

Begint het te kriebelen om aan je virtuele wereldtournee te beginnen? In mijn bondige, hands-on cursus Wereldwijd publiceren: praktische cursus voor totale wereldheerschappij (PDF, zelfstudie) deel ik mijn ervaringen en tips, van vertalen over het vinden van magazines tot en met stappenplannen en voorbeeldbrieven.

Geef een reactie

Mogelijk gemaakt door WordPress.com.

Omhoog ↑

Ontdek meer van Leen Raats, schrijver.

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder