Waarom mijn personages zoveel ellende meemaken

Ik zou een vrolijk boek schrijven. Zo eentje vol absurde humor, dat je bulderend doet lachen of op z’n minst een vette grijns op je gezicht tovert die de komende honderd-en-wat bladzijden niet meer verdwijnt.

Dus begon ik aan een roman over de brutale Wil en haar beste vriendin Elke, as rock-‘n-roll as they come. Uitgaan, bier drinken, het beest uithangen: hun leven is één groot feest. Bovendien heeft het lot ervoor gezorgd dat ze sinds kort een huis delen in een nieuwbouwwijk vol gekke figuren en bekrompen buren. Dat kan enkel maar tot dolkomische situaties leiden, toch?

Toch. Al schrijvend kwam ik er al snel achter dat er diepere redenen zijn waarom mijn hoofdpersonages zoveel feesten, drinken en voortdurend allerlei grenzen opzoeken. Ze groeiden beiden op met slechts één ouder – die het te druk had met zichzelf overeind houden en het bij elkaar sprokkelen van een bescheiden inkomen om er echt voor hen te zijn. Tot overmaat van ramp ontdekte ik gaandeweg dat dé grote jeugdliefde van mijn hoofdpersonage haar bedroog en dat ze sindsdien niet meer in staat is om een normale relatie op te bouwen.

Haar tegenspeelster is dan weer vervreemd van de dochter die ze op 17-jarige leeftijd op de wereld zette. Oh ja, en de vader van het hoofdpersonage ligt op sterven. En dan heb ik het nog niet gehad over ouder worden terwijl je geen idee hebt waar je mee bezig bent (en het gevoel dat de rest van je leeftijdsgenoten alles prima onder controle heeft), existentiële angsten en een vriendschap die even diepgaand als breekbaar is.

Shit. Wéér geen vrolijk boek, dus. Ondanks alle – vaak zwartgallige – humor en de vele voor metalheads en punkers hilarisch herkenbare verwijzingen die in De schade beperken staan. Waarom toch?

Tja. Vrolijke boeken zijn nu eenmaal niet realistisch. We krijgen allemaal vroeg of laat onze portie ellende te verwerken. Boeken waarin alles de personages voor de wind gaat, zijn ook gewoon vreselijk saai.

Hoe iemand met miserie omgaat, dat zegt alles. Daar raak je de essentie, de ware ziel van een personage.

Waar moeten anders het conflict, de spanning en het verhaal vandaan komen? Hoe weten we wat onze hoofdpersonages drijft, wat ze echt willen, waar ze voor staan in het leven? Ze leefden nog lang en gelukkig werkt misschien voor een sprookje, maar zelfs in sprookjes komt miserie voor. De (originele versies van) de meeste sprookjes draaiden bijna uitsluitend om miserie. En jaloezie, appels, heksen, wolven, dwergen en boze stiefmoeders. Kortom: de dingen des levens.

Een personage dat enkel toffe dingen beleeft, spreekt ons niet aan. Het is moeilijk om mee te leven met iemand die niet minstens eens af en toe op zijn of haar gezicht gaat. Hoe personages met vrolijke gebeurtenissen en goed nieuws omgaan, zegt ook bitter weinig. Dat geldt ook voor mensen van vlees en bloed. Hoe iemand met miserie omgaat, dat zegt alles. Daar raak je de essentie, de ware ziel van een personage.

Volgens mij draait daar ons leven grotendeels om: hoe we omgaan met de minder leuke zaken, hoe we op tegenslagen reageren. Dat bepaalt ons levensgeluk, niet de topmomenten, niet de vluchtige hoogtepunten, maar de kleine en grote tegenslagen en ellende van elke dag.  

Maar stiekem ben ik gewoon blij wanneer mijn lezers me vertellen dat ze mijn roman ook grappig vinden. Oef.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Een WordPress.com website.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: