Over eenzame fietsers en hindoegoden

Mijn roman is klaar, de vormgever is ermee aan de slag en binnenkort wordt het boek gedrukt. En dat verkondig ik te pas en te onpas aan iedereen die het (niet) wil horen. De laatste tijd krijg ik daarop vaak reacties van mensen die me prijzen om mijn doorzettingsvermogen. En dat doet me deugd, want ik ben inderdaad een doorzetter, maar ik ben ook ontzettend moe.

Ik verdien nog altijd helemaal niets aan mijn schrijven – het levert me enkel veel onkosten op voor op de belastingaangifte. Enkel mijn boekhouder wordt daar blij van. Een dure, fiscaal aftrekbare hobby.

Alleen is het meer dan een hobby. Veel meer. Het is mijn passie, mijn levensdoel, dat wat mijn hart sneller doet slaan. Dat wat ik het liefst dag en nacht zou doen.

Ik ben ook dag en nacht aan het schrijven, maar dan voor opdrachtgevers. Copywriting. Vaak leuk, soms zeer leuk. Creatieve concepten, avontuurlijke wandeltochten voor kinderen. Het komt heel erg dicht bij proza schrijven, en ik wil het zeker blijven doen, maar het is toch niet helemaal hetzelfde als een roman schrijven.

In mijn ideale wereld zou ik een mooi inkomen verwerven door de helft van mijn tijd aan proza en poëzie te besteden en de andere helft aan opdrachten. Maar dat betekent dus dat ik geld moet verdienen met wat ik schrijf, en dat is momenteel niet het geval. He-le-maal niet het geval, zeg maar.

Bovendien kamp ik al vijftien jaar met een gedrocht dat de naam ‘myofasciaal pijnsyndroom’ kreeg toegedicht. Oftewel: pijn over zowat mijn hele lichaam, elke dag weer. De tijd die ik zittend aan mijn computer kan doorbrengen is beperkt en gaat momenteel voor 95% op aan betaalde opdrachten. Omdat een kartonnen doos nu eenmaal niet volstaat als huis, weet je wel.

De momenten waarop ik niet aan mijn pc zit, vul ik met zoveel mogelijk bewegen – wat op sommige dagen betekent twee uur sporten en op andere dagen met tranen van de pijn in mijn ogen de oefeningen van de kinesist doen – en huishouden. Want soms wil je gewoon liever eten dan schrijven en dan moet je naar de winkel en koken en afwassen en nog snel die machine was opvouwen en met de stofzuiger rondgaan terwijl je de ramen lapt.

Gisteren stond ik nog met een A4-schrift in mijn keuken, om die plotse ingeving voor de beginscène van mijn volgende roman (ja, daar ben ik al min of meer aan bezig, ook al heb ik daar niet de tijd voor) op te schrijven terwijl ik in twee potten en een wok stond te roeren. Ik wil evenveel armen als de gemiddelde hindoegod. Kali, Vishnu, Shiva. Ik ben niet kieskeurig.  

Schrijven is mijn passie, mijn leven. Ik kan niet zonder. Word onrustig en onhandelbaar als ik een tijdje niet kan schrijven. Maar soms, soms voelt het aan als fietsen tegen de wind in. Je bent maanden – jaren – aan zo’n boek bezig en wanneer het dan eindelijk, na zevendertig herschrijfbeurten, drie existentiële crisissen en vijf-en-een-halve paniekaanval, klaar is, begint het pas, want dan moet je het klereding nog laten vormgeven, drukken, verkopen, opsturen naar die paar mensen die het daadwerkelijk kochten. Websites opzetten, blogs schrijven, nieuwsbrieven uitsturen, standen bemannen (bevrouwen) op boekenbeurzen.

Wat zeg ik, fietsen tegen de wind? Neen, op een oude, roestige tweewieler langs het kanaal in Hasselt rijden, moeizaam die verrekte trappers rondmalend. Na drie uur ploeteren bereik ik, met piepende ademhaling en kramp in de kuiten, de Tuikabelbrug, nauwelijks enkele kilometers van mijn startpunt. Op die brug staat een bescheiden menigte – mijn schaarse maar trouwe fans – om me aan te moedigen. ‘Goed gedaan, Leen! Je hebt de Tuikabelbrug bereikt, helemaal op eigen krachten!’

Maar eigenlijk had ik op een halfuur tijd naar Genk willen fietsen.

Ik moet nu leren om blij te zijn voor het feit dat ik de Tuikabelbrug bereikt heb. Daar kracht uit putten, om alsnog naar Genk te rijden. Ook al duurt het een half jaar in plaats van een halfuur. Ik ben tenminste onderweg. Op eigen krachten. Geen wind in de rug of volgwagen. Geen ploegmakkers om ook eens op kop te rijden. En ik ben mijn drinkbus vergeten en rammel van de honger.

Hoe sterk is de eenzame fietser? Wel, ik denk dat hij vooral moe is.

Ik ben misschien geen super getalenteerde/succesvolle (niet noodzakelijk hetzelfde…) schrijver met een grote uitgeverij die hemel en aarde beweegt om mijn boeken in de winkelrekken te krijgen, maar ik ben wel een gepassioneerde doorbijter met een grote dosis enthousiasme en een ijzersterke drive. Alle ingrediënten voor succes. En voor een burn-out. We zien wel welke van de twee het wordt.

(c) Leen Raats


2 gedachten over “Over eenzame fietsers en hindoegoden

Voeg uw reactie toe

  1. Als ik zo lees wie je bent, wat en hoe je schrijft… Tja, dan denk ik toch dat van “de 2”, het “succes” het zal halen (niet de burn-out dus). Alvast nog veel doorzettingsvermogen en minstens evenveel …succes !

    1. Wat een lieve reactie, Maryse! Bedankt hiervoor. Ik hoop dat je gelijk hebt. Een burn-out heb ik al ooit gehad, dus dat maakt dat ik de signalen ook wel vroeg herken, en vanaf het moment dat ik voel dat ik over mijn grenzen ga, probeer ik me in te houden. Niet eenvoudig. 🙂 Ik wens jou ook van harte heel veel succes en plezier met alles wat je doet en onderneemt!

Geef een reactie

Powered by WordPress.com. Thema: Baskerville 2 door Anders Noren.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: