Waarom ik nog op papier schrijf

Ik schrijf veel en vaak, en doe dat meestal op de computer. Maar ik schrijf ook nog op papier. Ik heb altijd een pen en notitieboekje bij me, zelfs op plekken en momenten waarop het heel onwaarschijnlijk is dat ik aan schrijven toe zal komen.

Ik schrijf graag op verplaatsing. Op de trein, omdat ik dan niets anders te doen heb dan uit het raam te staren, na te denken en te schrijven terwijl de dorpen en velden langs me heen schuiven als wolken voor een helderblauwe hemel.

In een koffiehuisje op een rustig middaguur, wanneer het geroezemoes het aantal toelaatbare decibels niet overschrijdt. Op mijn terras in de zomer, met een glas ijsthee met citroen. Of gewoon aan de keukentafel, met een mok dampende koffie en mijn favoriete chocoladekoekjes.

Ik denk verhaallijnen uit terwijl ik sokken opvouw, er komen zinnen naar boven terwijl ik op mijn fiets Haspengouwse heuvels beklim en mijn personages wandelen, kuisen en winkelen met me mee. Tijdens etentjes en concerten zie ik personages ontstaan en tot leven komen. Flarden opgevangen conversatie worden dialogen, dialogen worden verhalen.

Het heeft niet enkel te maken met inspiratie. Van zodra ik mijn computer afsluit en er pen en papier bijneem, valt de druk weg. Die eeuwige druk om dat witte scherm vol te krijgen, om x woorden of pagina’s te schrijven.

Schrijven op papier heeft nog een voordeel: wanneer je met al die volgeschreven kladjes aan de computer gaat zitten, begin je als vanzelf te typen. Ik typ mijn verhalen daarbij niet gewoon over, maar herschrijf ze meteen. Soms kan je beter een tekst helemaal opnieuw schrijven dan in een geschreven tekst te gaan klooien. Zo krijgt de tekst meer tijd om te rijpen en leer je hem door en door kennen.

Soms ben ik heel snel aan het typen, waarbij hele hoofdstukken in één keer uit mijn vingers lijken te vliegen, maar zijn er bepaalde scènes die ik niet of niet goed kan uitwerken. Ik wil dat ze ‘diep’ gaan, omdat ze iets heel essentieels vertellen over het hoofdpersonage of in belangrijke mate bijdragen aan de sfeer van het verhaal, maar ik weet dat als ik het nu in mijn flow uitwerk, het niet helemaal zal worden wat ik wil. Om die ene scène uit te werken, maak ik dan later tijd vrij. Dan zet ik me aan de keukentafel en probeer om minstens een uur lang enkel te schrijven, zonder afleidingen.

Het resultaat is vaak overweldigend. Omdat mijn hele wezen ingesteld is op het uitwerken van die éne, onmogelijke scène, en wellicht ook door het tastbare van pen en papier en het uitsluiten van alle (digitale) prikkels van buitenaf, lukt het plots wél en rolt er een hoofdstuk uit mijn pen dat, daar ben ik zeker van, nooit op een computer tot stand had kunnen komen.

Gek genoeg gebeurt het soms ook dat ik naar mijn computer hol om daarop verder te schrijven. Het lijkt wel alsof sommige dingen beter tot stand komen op een computer en andere op papier. Alsof elk verhaal, elk gedicht, elk hoofdstuk haar eigen medium vereist.

Schrijven, het blijft – naast hard werken – een beetje een magisch gebeuren.

(c) Leen Raats

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Een WordPress.com website.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: