Waarom ik schreef dat ik Janis Joplin wil zijn

‘Piece of my heart’ is een van de elf verhalen uit mijn bundel Vloedlijn. In deze blogreeks deel ik met jullie het achterliggende verhaal van de verhalen uit die bundel. Waar gaan ze over en waar, wanneer en waarom kwamen ze tot stand?

Voor alle duidelijkheid: ik weet dat ik nooit Janis Joplin zal zijn. Dat is een van de vele teleurstellingen die het leven me toegooit, en waar ik me noodgedwongen bij neerleg. De ik-persoon uit mijn verhaal is trouwens een man. Ik geef het maar even mee.

Vandaag heb ik het over het meest absurde verhaal uit mijn bundel Vloedlijn: Piece of my heart. Het ontstond als volgt: ik zat op de trein, luisterde naar Janis Joplin op mijn aftandse mp3-speler en ik schreef één zinnetje in een schriftje:

Op een dag besloot ik dat ik Janis Joplin wilde zijn.

Ik heb geen idee waarom, maar dat zinnetje kwam in me op. Het idee beviel me wel. Het was te absurd om een verhaal rond te schrijven, maar een beetje schrijven om me te amuseren, om te kijken waar dit naartoe ging (want ik had daar zelf geen idee van), dat leek me wel leuk.

Dus ging ik verder.

Op een dag besloot ik dat ik Janis Joplin wilde zijn.
Neen, ik wilde niet als Janis Joplin zijn, ik wilde Janis Joplin zijn.
Er waren enkele problemen. Ik kon niet zingen. Mijn haar groeide niet zo goed. Ik was nu eenmaal niet Janis Joplin, omdat ik al iemand anders was.
Maar mijn moeder zei altijd dat ik alles kon wat ik maar wilde, als ik er maar hard genoeg voor werkte.

Op dat punt begon ik er echt plezier in te krijgen. Toen ik een half uur later van de trein stapte, stond de ruwe versie van Piece of my heart op papier. Ik stuurde het verhaal in naar de Ward Ruyslinckprijs voor kortverhalen. Een paar maanden later kreeg ik telefoon van Monika Macken, de weduwe van Ward Ruyslinck. Ze vertelde me dat ik in de prijzen gevallen was met mijn relaas over onze wannabe Janis Joplin.

Ik was in de wolken. Niet enkel omdat mijn absurde verhaal geselecteerd was, maar ook omdat ik Monika Macken aan de lijn had. Ik koesterde al jarenlang een dichtbundel van haar hand: Slapeloze dagen. Regelmatig neem ik die bundel weer uit de kast om er enkele gedichten uit te lezen.

En eigenlijk was ik al jaren eerder met Monika in contact gekomen – zij het dan onrechtstreeks. Als student viel ik ooit in de prijzen bij een gedichtenwedstrijd van GAIA, met een gedicht over een hondje dat wordt achtergelaten wanneer zijn gezin op vakantie vertrekt. De prijs werd me overhandigd door niemand minder dan Ward Ruyslinck. Ik had de tweede prijs gewonnen, maar Ward fluisterde me toe dat mijn gedicht zijn favoriet was. Dat betekende meer voor me dan die prijs winnen.

De prijs bestond uit een schilderij van zijn vrouw Monika. Dat schilderij hangt nog steeds in de woonkamer van mijn ouderlijk huis. Ondertussen heeft Monika zich nog meer op schilderen toegelegd, met heel wat mooie werken als resultaat.

Ondertussen heb ik Monika beter mogen leren kennen en alleen al om die reden ben ik blij dat ik op een dag schreef dat ik Janis Joplin wilde zijn.

Wil je weten hoe het ‘Janis Joplin’ vergaat? Je leest dit absurde verhaal in mijn bundel ‘Vloedlijn’.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Een WordPress.com website.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: