The making of van mijn gedicht Drijfhout

Hoe schrijf je een gedicht? Het is een vraag die ik regelmatig krijg. Daarop bestaat natuurlijk geen eenduidig antwoord. Er zijn evenveel manieren om een gedicht te schrijven als er dichters zijn. Of gedichten, want zelfs een doorwinterde dichter gaat niet altijd op exact dezelfde manier te werk. Dat is dan ook een van de redenen waarom ik enkele voorbeelden toevoegde als bonus aan het e-book Schrijf belachelijk goede gedichten.

In deze blog doe ik uit de doeken hoe ik mijn gedicht Drijfhout schreef. De aanleiding en inspiratie kwamen van de Literatuurprijs Schiermonnikoog 2024. Het verplichte thema was ‘luister’. Dit gedicht belandde op de longlist maar viel uiteindelijk niet in de prijzen.

Het thema deed me meteen denken aan het merelmannetje dat bij valavond steevast in de dakgoot aan het raam van mijn werkkamer zit te zingen. Zijn kraakheldere zang galmt door de staalblauwe lucht tijdens het befaamde ‘blauwe uurtje’. Een ronduit magisch moment dat me telkens weer ontroert. Een merel is zo’n doodgewone vogel die eigenlijk heel bijzonder is en een mooi voorbeeld van hoe we kleine, dagdagelijkse dingen meer zouden moeten waarderen. Want dat geeft elke dag een vleugje magie. Maar terug naar poëzie – hoewel het vermogen om verwonderd te zijn over kleine dingen een grote sterkte is voor een dichter.

Ik begin meestal met het onbezonnen opschrijven van dichtregels die in me opkomen, en die op hun beurt weer andere beelden en zinnen oproepen. Vaak een noodzakelijke fase voor mij.

Maar dan begin ik dingen op te schrijven die tot het uiteindelijke gedicht zullen leiden, al kan ik dat op dat moment nog niet zeker weten.

Hier enkele zinnen uit de eerste vrije schrijfronde van dit gedicht:

Deze stilte drijft als hout
op zout water, als de zang
van een perfect zwart merelmannetje
tegen een staalblauwe avondlucht.

Daarin de maan, zilveren bel
die koud op ons neerkijkt
op verre landen en wij, hier, dit eiland (in ons).

Deze stilte drijft als hout
op zout, als het weten
van de golven die zand
vertellen wat ze hebben gezien
aan de andere kant.

Hier ga ik weer mee aan de slag. Ik haal er beelden en zinnen uit, ga die kneden, test de woorden uit in andere zinnen, in een andere context, de zinnen in een andere schikking. Ik ben er dan nog niet, maar het is in deze fase dat een gedicht geboren wordt.

Deze stilte drijft, als hout op zout water
het zwijgende weten van de zee

Kraakhelder als de zang
van een merel onder de maan
zilveren bel die neerkijkt
op ons, dit eiland.

Zilveren bel die doet dromen
over wat achter de horizon
net buiten mensenzicht…
het zwijgende weten van de zee.

Dit eiland dobbert
op het zwijgende weten van de zee.

Dat zwijgende weten van de zee blijft terugkomen en ik wil het heel graag in mijn gedicht, ik vind het een mooi beeld. Ik weet enkel nog niet waar en hoe het het best tot haar recht komt. Ik maak er ook ‘zwijgend weten’ van in plaats van zwijgende, dat klinkt nog net iets compacter en daardoor komt het voor mij dieper binnen. Ik haal er de strafste beelden uit, haal al te evidente toevoegingen weg, zodat het mysterieuzer wordt.

Ik voel dat het wat wordt. Ik laat mijn schriftje open op mijn bureau liggen en type de zinnen de volgende dag in een gloednieuw, onbevlekt Wordbestand.

Deze stilte drijft
als hout op zout water

kraakhelder als de zang
van merels onder de maan

die zilveren bel die doet dromen
over wat zich roert, net buiten mensenzicht. 

Het eiland in ons dobbert
op het zwijgend weten van de zee.

Hm, dat mensenzicht, in eerste instantie vond ik dat zo mooi. Dat ik onze taal verrijk met een nieuw woord. Maar het staat er zo raar. Het is te lang, ook. Te groot, misschien . Het trekt ons uit dat wereldje, dat eiland (Schiermonnikoog) waarop ik de lezer wil plaatsen. 

Dus ga ik weer verder boetseren:

Deze stilte drijft
als hout op zout water

kraakhelder als de zang
van merels onder de maan
die zilveren bel die doet dromen
over wat zich buiten ons roert.  

Het eiland in ons dobbert
op het zwijgend weten van de zee.

Subtieler. Maar die ‘buiten ons’ – ‘in ons’ stoort me. Niet het concept, maar de woorden. Dus schrijf ik:

die zilveren bel die doet dromen
over wat zich buiten ons gezichtsveld roert

is dat de oplossing? Ik weet het niet – nog niet. Dus laat ik het weer even rusten.

Ik heb ook nog geen titel en hoewel een gedicht geen titel hoeft te hebben, wil ik er wel een – en schrijf ik eigenlijk altijd een titel voor al mijn gedichten, al van kinds af aan.

Wanneer ik het gedicht er een week later nog eens bijneem, ontdek ik plots dat ik nog wil schrappen. Ik maak er nu dit van:

Deze stilte drijft
als hout op zout water

kraakhelder als de zang
van merels onder de maan,
zilveren bel die doet dromen. 

Het eiland in ons dobbert
op het zwijgend weten van de zee.

Ik schrik er een beetje van. De afgelopen jaren zijn mijn gedichten steeds langer, vrijer, speelser en weidser geworden. Maar dit is echt gebald, uitgepuurd zoals ik in mijn tienerjaren vaak schreef. Maar het komt wel krachtig over, denk ik. Het voelt voor mij persoonlijk gedurfd aan.

Misschien laat ik het zo, misschien komen er nog een of meerdere strofes tussen de zilveren bel die doet dromen en het eiland dat dobbert op het zwijgend weten van de zee.

Ik laat het weer even rusten.

Meermaals neem ik het gedicht weer ter hand, en denk ik na over alternatieve bewoordingen, uitbreidingen, weer meer ‘vlees’ toevoegen. Uiteindelijk besluit ik dat ik het zo wil houden. Simpel. Uitgepuurd. Ik voeg enkel nog een titel toe.

Drijfhout

Deze stilte drijft
als hout op zout water

kraakhelder als de zang
van merels onder de maan,
zilveren bel die doet dromen. 

Het eiland in ons dobbert
op het zwijgend weten van de zee.

Het verlangen om er nog dingen aan te veranderen, blijft. Dat blijft bij mij eigenlijk altijd. Maar op een gegeven moment moet je het loslaten. Al was het maar voor je mentale gezondheid. 😉


Vind je dit soort inzichten interessant? Dan wil je misschien ook lezen hoe mijn gedicht ‘Leegstand’, waarmee ik in 2020 de poëzieprijzen van de Stad Sint-Truiden won, tot stand kwam? Dat ontdek je in deze blog.

Je eigen gedichten naar een hoger niveau tillen? Daarvoor ontwikkelde ik de cursus/het e-book Schrijf belachelijk goede gedichten.

Geef een reactie

Mogelijk gemaakt door WordPress.com.

Omhoog ↑

Ontdek meer van Leen Raats, schrijver.

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder