Boomhut

Tante Sonja verorberde een koffiekoek met chocolade en pudding. Ze had haar te strakke, zwarte jurk aan. Die droeg ze al jaren bij elke familieaangelegenheid, van begrafenissen tot communiefeestjes. En elke keer leek hij nog wat strakker rond haar almaar uitdijende lijf te zitten. Daphne wilde Dylan aanstoten, toen de realiteit voor de zoveelste keer met een schok tot haar doordrong.

Ze opende de glazen schuifdeur en liep de tuin in, weg van het drukke gefluister van verre familieleden en vage kennissen. Onder de knoestige eik bleef ze staan. Daphne schopte haar schoenen uit en klom langs de touwladder omhoog. Ze vloekte luidop toen ze haar hand bezeerde aan een spijker.

Daphne ging in kleermakerszit in het midden van de boomhut zitten. De geur van nat hout drong haar neusgaten binnen. Het was een bekende geur. Hier hadden ze met poppen en soldaatjes gespeeld. Hier was Dylan met zijn vriendjes binnen gevallen op haar theekransjes met ingebeelde thee. Hier hadden ze hun eerste liefjes gezoend.
  ‘Vandaag is de boomhut van mij!’ hoorde ze zichzelf nog roepen. Hun ruzies waren soms heftig geweest, maar altijd van korte duur. Ze konden niet lang kwaad blijven op elkaar.

Haar vader stond op het terras. Hij wierp een blik in haar richting, maar leek haar niet te zien. In huis werd luid gelachen. Dat was waarschijnlijk haar achterlijke neef, die haar eerder vandaag nog wist te melden dat het leven door ging en dat tijd alle wonden heelt.

Daphne streelde over het verweerde hout. Deze boomhut, ooit een veilig fort dat ze tot de laatste snik verdedigden, was nu slechts een verzameling smerige planken. De in hun fantasie tot machtige rivier verworden waterloop die achter hun tuin meanderde, was nu niet meer dan een beekje met bruin water. Waarom kon alles niet gewoon bij het oude blijven?

(c) Leen Raats

Geef een reactie

Powered by WordPress.com. Thema: Baskerville 2 door Anders Noren.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: