De aarde is nu te hard om lijken te begraven. Water kraakt
in de vijver, vogels pikken dorstig op het ijs. Een flinterdun
laagje stadsvuil valt als sneeuw uit een rode hemel.
De bedrieglijke schoonheid van de apocalyps.
De haagbeuk, in groenere tijden een schild
tegen de buitenwereld, cocon die fier hittedagen
barbecuerook en haagscharen trotseert,
koestert haar laatste koppige bladeren
die zich rond gaten verzamelen, verschrompelen
onder de genadeloze blik van de winter.
Op elke tak de bevroren adem
van de ijsnacht, die niet vergeeft.
(c) Leen Raats
Geef een reactie