Euforisch juryverslag, maar geen prijs in De Gedichtenwedstrijd

Mijn gedicht ‘Blinde woede’ staat in top 100 van De Gedichtenwedstrijd 2020. Het juryverslag is zeer lovend, het jurylid in kwestie schrijft zelfs dat hij of zij vindt dat mijn gedicht de eerste prijs verdient. Heel fijn om te lezen, al zou het natuurlijk nog fijner zijn als ik die eerste prijs ook daadwerkelijk had gekregen. 😉

BLINDE WOEDE

Ze wil weten waarom knappe mannen
nooit naar haar kijken
(lelijke wel, die doen haast niet anders).   

Ze is niet meer dan een passant
in een stad die weigert de hare te zijn

een wolk die voor de zon schuift
op een zomerdag even voor kippenvel
op bruine armen zorgt.

Op een avond verdrinkt ze zich
in een bad vol whiskey, rum of wijn
– water, desnoods.

Eerst wil ze nog dansen met iemand
die lacht met zijn handen
op haar heupen.

Gewoon zo’n man
om zonder reden kwaad op te zijn.

(c) Leen Raats

Juryverslag

Wat een uitgepuurd knap gedicht! Hoe een gekleurde vrouw totaal genegeerd wordt door knappe mannen. Hoe ze wordt buitengesloten, altijd het gevoel dat ze er niet bij mag horen. Ze is niet meer dan een passant / in een stad die weigert de hare te zijn.

Hoe zoiets tot wanhoop leiden kan. Schitterend de zinnen dansen met iemand / die lacht met zijn handen / op haar heupen. Geen wilde taalacrobatieën, maar heel eenvoudige woorden, maar olala wat levert dit een voltreffer op!

Maar het slot overtreft dit nog eens: Gewoon zo’n man / om zonder reden kwaad op te zijn.

Dit gedicht verdient m.i. de hoofdprijs. Niet in het minst omdat het een wezenlijk structureel probleem in onze maatschappij poëtisch uit de doeken doet: het stille racisme. Laten we dit gedicht overal ophangen.


Nog twee gedichten in de top 1.000

De Gedichtenwedstrijd bekroont het beste Nederlandstalige gedicht van het jaar met een geldprijs van 10.000 euro. Dat is wereldwijd het grootste geldbedrag voor één gedicht.

Dit jaar zonden Belgische en Nederlandse schrijvers bijna 7.000 gedichten in. De voorjury selecteert eerst een top 1.000. Deze gedichten worden na afloop stuk voor stuk voorzien van feedback. Dit jaar schopten drie van mijn gedichten het tot in die top 1.000.

Vervolgens gaat de jury aan de slag om de top 100 te selecteren. De organisatie bundelt deze poëzie in een boek, dat dit jaar de titel ‘Donzen dromen’ meekreeg. Mijn gedicht ‘Blinde woede’ is er daar één van.

Dit zijn de gedichten die ook in de top 1.000 stonden, maar de bundel (en de top 100 dus) niet haalden:

ADEMRUIMTE

En soms lijkt alles dan plots
op zijn plaats te vallen
als een puzzel die maanden
onaangeroerd op tafel stond.

Hoe je hier ruimte vindt
om adem te halen 

tussen knotwilgen die als koppige boeren
met de handen in de zakken
tegen de wind leunen.

Een plek waar je nooit eerder was
maar die je bekend voorkomt
als een lied dat bij de eerste luisterbeurt
meteen vertrouwd aanvoelt.

Dat je niet meer verlangt
dan wat je bent. Je ogen
die kraaien volgen in hun vlucht.  

Het geruis van een stad
in de verte. En de wind
die zichzelf in de kruinen zoekt.

Je rekt je uit als een lome zomeravond
die niet valt, maar er altijd al was. 

(c) Leen Raats

Juryverslag:

De eenvoudige beelden werken in dit gedicht. Je krijgt de indruk dat je dit al gelezen hebt en bij nader inzien toch weer niet. het is inderdaad als een lied dat meteen vertrouwd aanvoelt.


SOCIAL DISTANCE

Nu de afstand tussen ons 
tastbaar is geworden  
als een muur zonder voegen 

verlangen we naar iets
dat groter is dan onszelf.

We zijn verloren schapen zonder kudde
sterren in een maanloze nacht
zaadjes in koude grond. 

Stiekem willen we allemaal
gered worden.

Dus verleggen we stenen in een rivier
wachten op een teken
van een vriendelijke god 

een Messias die de leegte vormgeeft.

We zijn bomen
niemand ziet ons groeien.

Juryverslag:

Het sterkste in dit gedicht zijn de kleinste zinnetjes: Stiekem willen we allemaal / gered worden. En we zijn bomen / niemand ziet ons groeien.

Geef een reactie

Powered by WordPress.com. door Anders Noren.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: