Site icoon Leen Raats, schrijver.

Omgaan met feedback: een praktijkvoorbeeld met een gedicht dat ik schreef in een poëziecursus  

Hoe werkt feedback en hoe ga je ermee om? Het is een vraag waar elke schrijver, hoe ervaren ook, mee worstelt. Daarom leek het me waardevol om mijn eigen twijfels en ervaringen te delen. Eerder deelde ik op deze blog al de ‘making of’ van enkele gedichten waarbij ik verschillende tussenversies toon en de reden waarom ik ze niet goed vond en herschreef. Nu doe ik hetzelfde, maar dan met feedback van anderen.

In deze blog doe ik uit de doeken hoe ik mijn gedicht Partjes schreef, waarmee ik de shortlist van de Boontje Poëzieprijs 2025 behaalde. De Engelse versie – die ik zelf vertaalde – verschijnt in een Canadees magazine onder de titel ‘Segments’.

Momenteel volg ik een cursus poëzieschrijven van Creatief Schrijven. In de eerste les gaf docent-dichter Joris Ivens ons meteen een prikkelende opdracht: schrijf tegen de volgende les een gedicht over je vroegste jeugdherinnering en gebruik daarbij beelden die heel dicht bij jezelf liggen. In de tweede les lazen we onze poëzie voor en bespraken we het werk klassikaal.

Ik vat de voornaamste feedback samen en laat zien wat ik ermee gedaan heb. Kort gezegd: soms volg ik feedback (bijna) letterlijk op, soms deels en soms helemaal niet. Wanneer je voor welke oplossing kiest? Dat is een kwestie van schrijfervaring, koppigheid vs. flexibiliteit en vooral ook trouw blijven aan je eigen stem en gevoel.

Natuurlijk: als je pas begint te schrijven, heb je nog niet echt een eigen stem. Die ontwikkel je gaandeweg. Maar ook dat is gevaarlijk: als je al te veel een eigen stem hebt, kan het ook zijn dat je je blinde vlekken niet meer ziet en dat je eigenlijk gewoon telkens hetzelfde gedicht of verhaal schrijft. Ook dan kan het nuttig zijn om naar anderen te luisteren. Maar luisteren naar feedback betekent niet blindelings alles toepassen. 

Soms waren er duidelijke kampen bij de feedbackgevers: een deel van de cursisten die vond dat ik iets beter kon herformuleren of zelfs weglaten, terwijl twee of drie anderen dan weer heel stellig waren: nee, dat moet er zeker in blijven staan en is zelfs een van de krachtigste regels van het hele gedicht.

Dat toont nog maar eens aan dat je altijd voorzichtig moet zijn met feedback, zeker als die van één enkele persoon komt. Wanneer ik zelf feedback geef – iets wat ik eigenlijk niet graag doe, omdat ik vind dat mijn mening ook maar mijn mening is en niet zou willen dat iemand er al te zwaar aan tilt – komt er trouwens altijd een moment uit een andere schrijfcursus naar voren.

Dat was enkele jaren geleden en we waren met een klein groepje een gedicht van een medecursist aan het bespreken. Ik gaf – op vraag van de lesgever! – een suggestie over hoe ikzelf het gedicht zou veranderen/verbeteren, en kreeg toen de letterlijke reactie (van de lesgever): “Ja maar, dan wordt het een Leen Raats-gedicht, en dit is niet jouw gedicht.”

Het was wellicht niet echt negatief bedoeld, maar ik klapte volledig dicht en heb de rest van die dag bijna niets meer gezegd. Er zit namelijk een bodem van waarheid in die uitspraak. Uiteindelijk is poëzie, aldus Willem Kloos, “De Allerindividueelste expressie van de  allerindividueelste emotie.” Hetzelfde geldt overigens voor proza. En dat maakt eigenlijk dat het per definitie haast niet aan een ander kan of mag zijn om daar wat van te vinden.

En toch. Toch kan feedback helpen om jouw werk beter te maken. Ik weet het, het klinkt niet logisch wat ik hier nu schrijf, maar dat is het eigenlijk ook niet. Zelfs feedback van een ervaren schrijver of docent zal altijd iets subjectiefs hebben. Misschien is dat ook wel net het mooie eraan. Het hoort bij het chaotische, nooit echt rechtlijnige schrijfproces. Zelfs op de vraag ‘wat maakt een gedicht nu echt goed’ kan je geen eenduidig antwoord geven.

Dit alles gezegd zijnde: over naar dat klassikaal verbeterde gedicht. 😉  

Versie van mijn gedicht voor de klassikale feedback:

Vriendinnenverdriet

Ik weet nog hoe we stoeptegels telden
tussen thuis en school. Hinksprong, stap
op rijm. Riempjes van boekentassen
die tegen blote benen kletsten.

Jouw arm door de mijne, een anker.

Ik weet nog hoe elke dag een avontuur was. 
Wij de helden, die partjes mandarijn deelden 
en geheimen in een zelfverzonnen taal.

Later, op de grote school waar we eigenlijk
niet naartoe wilden, leerde je haar de geheimtaal
die ik voor ons bedacht. Ik wuifde naar jullie 
maar het leek wel alsof je mij niet zag

op die speelplaats, een eiland.

Ik weet nog hoe ik alleen naar huis wandelde,
niets telde. Mijn tas achter me aansleepte. Het gewicht
van een ongegeten mandarijn in mijn zak.

Feedback van mijn medecursisten

Maar… Toen gebeurde dit: door die ‘ik weet nog’ weg te halen, kwam de laatste alinea voor mij niet meer zo fel binnen. En die ‘ik weet nog’ geeft wel wat structuur aan het gedicht. Structuur is voor mij zeker niet altijd belangrijk – inhoud boven vorm, wat mij betreft – maar in dit gedicht werkt het volgens mij wel, die herhaling. En ook de herhaling in die twee regels die op zichzelf staan: een anker en een eiland. Bovendien heb ik het gedicht ook bewust geschikt volgens het patroon: 4-1-3 en dan weer 4-1-3 en dat wil ik liever niet wijzigen. Dus veranderde ik het opnieuw en voegde de ‘ik weet nog hoe’ weer toe.

Versie na het verwerken van de feedback:


Partjes

Ik weet nog hoe we stoeptegels telden
tussen thuis en school. Riempjes van rugzakken 
tegen blote benen. Van je ras ras ras   
hinkel de pinkel, daar komen wij aan.

Jouw arm door de mijne, een anker.

Ik weet nog hoe elke dag een avontuur was.
Wij de helden, die partjes mandarijn deelden
en geheimen in een zelfverzonnen taal.

Later, op de grote school waar we eigenlijk
niet naartoe wilden, leerde je haar de geheimtaal
die ik voor ons bedacht. Ik wuifde naar jullie 
maar het leek wel alsof je mij niet zag. 

Op die speelplaats, een eiland.

Ik weet nog hoe ik alleen naar huis wandelde,
niets telde. Mijn tas achter me aan als een trieste hond.
Het gewicht van een ongegeten mandarijn in mijn zak.

En nu jij!

Ik hoop dat het delen van dit proces nuttig is voor veel andere (aspirant-)dichters. Laat zeker een reactie achter onder deze blog als je dit soort blogs zinvol vindt. En laat me gerust weten hoe jij tegenover feedback staat en hoe je ermee omgaat.

Schrijf je zelf poëzie en wil je hier nog beter in worden? Bekijk dan zeker eens mijn e-book ‘Schrijf belachelijk goede gedichten’.

Mobiele versie afsluiten