We struikelden met grote ogen
elkaars armen in.
Onze adem bracht klei tot leven
met handen als kommen, schepten we.
Wat eindigde die dag
toen alles leek te beginnen?
De tijd die sindsdien verstreek, is een zee.
De jaren kleven aan ons als modder aan vingers.
Vier handpalmen volstaan
om een universum te omvatten.
(c) Leen Raats
Wil jij een gratis digitaal poëzieboekje? Dat kan je hier downloaden.

