Troebel

Oké, ik kijk dus niet zo vrolijk op bovenstaande foto, waarop ik voorlees uit mijn bundel ‘Troebel’. Poëzie is – zoals je wellicht weet – een ernstige zaak. Daar valt niet mee te lachen.

Soit. Niets dan bittere ernst, dus. En dat 43 pagina’s lang. Hier en daar vind je ook foto’s, maar die dragen enkel bij aan de trieste sfeer. Jammer.

Zij vonden ‘Troebel’ wél goed

De jury van de Bart Henkaerts-poëzieprijs. In 2017 nomineerden zij de gedichten ‘Grens’ en ‘Sint-Hubertusplein, Runkst’ voor hun wedstrijd.


De redactie van het online tijdschrift De Vallei. Zij publiceerden mijn gedicht ‘Brandlijn’, dat ik schreef bij de aquarel Fireline van Liliane Goossens. Deze publicatie werd dan weer opgemerkt door de jury van de Melopee-poëziewedstrijd. Zij nomineerden het gedicht prompt voor hun wedstrijd, waar ik zelfs nog nooit van gehoord had.

Onterecht, want de andere genomineerden bleken o.a. Ingmar Heytze, Peter Verhelst en Joke Van Leeuwen. Uiteindelijk ging de hoofdprijs naar dichter/romancier Peter Verhelst, die eerder o.a. de Herman de Coninckprijs, De Gouden Uil en de Vlaamse Cultuurprijs won.


De jury van de Turing Gedichtenwedstrijd. In 2015 stond het gedicht ‘Corpus Christi’ uit Troebel in de top 100. Vier andere gedichten – en ja, die staan ook allemaal in Troebel – schopten het tot in de tweede ronde. De jury schreef:

Over ‘Corpus Christi’: “IJzersterk gedicht, elk woord is raak en er staat geen woord te veel. Het opsommende, parallelle karakter van de eerste paar regels, in combinatie met het gelijktijdige inhoudelijk ontsporen van deze zelfde regels, maakt de eerste strofe briljant. Prachtige contrasten, zoals het wijwater in plastic bekers en vooral de slotregels ’s Nachts aanbidden we / gevallen engelen in neonlicht’ zijn geweldig.”

Over ‘Als ik een boot had’: “Je schreef een luchtig gedicht met veel gevoel voor zelfrelativering. Het lezen van de wolken ‘als bestsellers’ en de zandbanken vervloeken met ‘krachttermen / die geen land verdragen’ zijn erg mooi vondsten. Het afsluitende vers dat het initiële verlangen naar de zee omkeert naar een nors verlangen naar het land is de perfecte binnenkopper. Knap gedicht!”

Over ‘Op volle zee’: “De opbouw in dit gedicht is zeer subtiel en daardoor erg sterk, de formulering, om iedere strofe met ‘niet’ te beginnen geeft het geheel een mooie ritme. De eerste vier strofes hebben enigszins clichématige beelden, maar dat past in dit geval wel bij de opzet van het gedicht – in de laatste twee strofes wordt dat gekanteld.”

Over ‘Schiermonnikoog’: “Dit gedicht voelt alsof je een schilderij van een Nederlandse meester induikt. Het ademt een ontzag voor de alledaagsheid en vindt daarin nog een krachtige stem die affirmerend mag zijn over ‘de mens’ en de schoonheid van ‘het eiland’ en het leven dat zich daar ontvouwt. Dit gebrek aan opsmuk geeft het gedicht een ongelooflijke vitaliteit die bewonderenswaardig is.”

Over ‘Vaderland’: “Een gedicht vol ingehouden woede en verlies waar (nog) niet om kan worden gerouwd omdat hetgeen waarnaar verlangd wordt dan echt verloren zou gaan. Het gedicht beslaat een tussenruimte, tussen nacht en dag en tussen hoop en verwoesting. Knap gedaan.”


Een paar gedichten uit Troebel

Vaderland

Of het iets is of iemand
waarop ik wacht vraag je
met een lip waarvan ik
niet weet waarom hij beeft

we zitten op een heuvel
die uitkijkt over een stad
waar niemand nog gelooft.

Je vertelt verhalen
uit een vaderland
dat niet meer bestaat.

Rondom ons valt de nacht
geruisloos in haar plooien.

(c) Leen Raats



Corpus Christi

We eten het lichaam van Christus
drinken elkaars bloed en schenken 
wijwater in plastic bekers. 

In door glasramen gefilterd licht
vouwen we onze handen
voor een rijk dat nooit zal komen.

’s Nachts aanbidden we
gevallen engelen in neonlicht.  

(c) Leen Raats



Wij zijn eilanden

Wij zijn eilanden
die onbewogen wachten
op wat komen gaat

golven beuken
nauwelijks voelbaar
op onze kusten in.  

Geen meeuw die krijst
of wij antwoorden
met stug stilzwijgen

geen ongekende verte
ontgaat onze blik.

Het is het land
dat de zee vorm geeft.

Tussen onze vingers
ruist het ruime sop.

(c) Leen Raats


Hound Dog

Ze weet dat Elvis niet anders
dan dood kan zijn maar soms
moet ze wel geloven  

in het harde licht van een dag
na een nacht vol leugens

draagt ze water in lekke kuipen
naar een woelige zee.  

Hoop is een kat
die je aait
tot ze krabt

en later toch opnieuw.

(c) Leen Raats


Powered by WordPress.com. Thema: Baskerville 2 door Anders Noren.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: