De eenzame man

Ze komen vooral bij valavond. Ze duiken op in de schemering, samen met de reeën en vossen. Maar waar de dieren rustig over de heide zwerven en om de paar stappen blijven staan om te grazen of rond te kijken, zetten zij rechtstreeks koers naar de Eenzame Man, een massieve rots die zich als een soort schiereiland uit de Atlantische Oceaan verheft, met rondom golven die borrelen, kolken en met veel kabaal op de grillige vingers van het vasteland te pletter slaan.

  John weet niet wat hen naar deze plek lokt. De kustlijn van Cornwall telt talloze rotsformaties en steile kliffen. Waarom dan net deze? Heeft het te maken met de naam, die volgens sommigen terug te voeren is op de Kelten, die deze contreien bevolkten van voor het begin van onze jaartelling?

  Door de jaren heen ontwikkelde John een instinct dat hem waarschuwt wanneer er iemand op komst is. Dan staat hij op de uitkijk achter zijn raam. Hij herkent hen al van ver, aan hun manier van wandelen, die hen onmiskenbaar van recreanten onderscheidt. Ze gaan recht op hun doel af, maar toch langzaam. Alsof iets in hun lichaam of geest nog weerstand biedt. Het kost John dan slechts enkele minuten om zijn schoenen en jas aan te schieten en de natuurlijke, stenen trap te beklimmen die van zijn huisje naar de top van de Eenzame Man voert. Hij wacht tot ze naar de rand lopen en nadert hen rustig maar vastberaden. De timing is cruciaal.

lees meer

De openingsscène van mijn roman ‘De schade beperken’

Deze keer zou ze niet terugkrabbelen. Wil Heerenveen maakte haar rode sportfiets zorgvuldig vast met een dik kettingslot. Alsof iemand het in zijn hoofd zou halen om hier een fiets te stelen.

Camerabewaking. Wet van 21 maart 2007, waarschuwde een bord aan de ingang van het hypermoderne gebouw. Wil haalde een hand door haar haren en trok de kraag van haar hemd recht. Ze moest dit doen. Voor Elke en voor zichzelf.

Haar schoenen tikten luid op de steriel ogende tegels van de inkomhal. De onthaalbediende, een man met grijs haar en dunne lippen, keek haar zwijgend aan.
‘Goedendag, ik kom voor Elke Jansen.’
‘Vrouwenvleugel?’

lees meer

Oude bomen verplant men niet

Zoveel vrien­den en kennissen had ze zien uitdoven van zodra ze uit hun vertrouwde omgeving werden weggerukt.

Kranige vrouwen, die decennialang met verweerde handen in de aarde hadden gewroet, vodden uitgewrongen en groenten ingemaakt in weckpotten, die zich plots niet meer konden wassen zonder hulp. Sterke bomen, wier wortels zo gewend waren aan de vertrouwde grond waarin ze waren opgegroeid, dat ze gedoemd waren om uit te dro­gen van zodra ze verplant werden.

lees meer

Honger is kostbaar

De sneeuw viel met dikke vlokken uit de lucht. Vederlicht en tegelijkertijd meedogenloos. Er had zich al een dun, wit laagje gevormd op het grasperkje op de binnenkoer. Na zeventien winters wist Lynn nog steeds niet of ze nu van sneeuw hield of er net een hekel aan had.

Ze at weer. Vijf keer per dag. Kleine porties. Veel meer dan ze eigenlijk wilde.
‘Het is een begin,’ had dokter Michiels gezegd. ‘Een eerste stap.’
  Wat de volgende stappen waren, daar wilde Lynn zelfs niet over nadenken. Ze at voornamelijk toastjes, fruit en rauwe groenten. De geur van gekookt voedsel maakte haar nog steeds misselijk.

lees meer

Boomhut

Tante Sonja verorberde een koffiekoek met chocolade en pudding. Ze had haar te strakke, zwarte jurk aan. Die droeg ze al jaren bij elke familieaangelegenheid, van begrafenissen tot communiefeestjes. En elke keer leek hij nog wat strakker rond haar almaar uitdijende lijf te zitten. Daphne wilde Dylan aanstoten, toen de realiteit voor de zoveelste keer met een schok tot haar doordrong.

lees meer

Rolkei

Het is haar zevenenzeventigste lente. Toch verbaast Alida zich elk jaar weer over de frisheid van het groen dat uit de grond ontspruit, zich roert aan elke boom en struik. De geur van de eerste bloeiende bomen, de tinteling van de zon op haar wangen en blote onderarmen, het gezang van de talloze vogels die op zoek zijn naar een partner of de concurrentie willen wegjagen. Alsof de winter de ware aard, het volle gevoel van de lente telkens weer doet vergeten, haar vervaagt tot een ijl, vormloos begrip.

lees meer

19u14

Je leven is niet meer dan een aaneenschakeling van momenten. Nu stap je van een oude trein op een winderig perron in een stad die niet meer de jouwe is.

lees meer

Pensioen

‘Nog drie maanden en je gaat met pensioen.’ Haar stem klonk opgewekt, alsof ze iets leuks verkondigde. ‘Nu kan je gaan doen wat je altijd al wilde, maar waar je nooit de tijd voor had. Hobby’s. Reizen. Tijd doorbrengen met je vrouw.’
Guido staarde naar het bureaublad van zijn diensthoofd. De vrouw was nauwelijks ouder dan zijn dochter. ‘Weet je nog wat het eerste was wat ik tegen je zei?’
Zijn diensthoofd schudde het hoofd.
‘Je vroeg me hoeveel mensen hier werkten. Ik antwoordde: ongeveer de helft.’
‘Juist, ja.’ Haar gezichtsuitdrukking hield het midden tussen een frons en een glimlach.

lees meer

Schemer

We hadden elkaar toevallig ontmoet en zouden elkaar toevallig weer uit het oog verliezen. Dat was de afspraak. We hielden niet van afscheid nemen.

We waren vaak bang. Boven alles vreesden we de ochtend. We waren schepselen van de nacht. Overdag scholen we in donkere kamers, met de gordijnen gesloten om de warme zomerdagen buiten te houden. Pas wanneer het begon te schemeren, werden we actief. Dan zwermden we als vliegen uit over de stad die we onze thuis noemden. We vonden elkaar. Afspreken deden we nooit. Het was een kleine stad.

lees meer

Powered by WordPress.com. door Anders Noren.

Omhoog ↑