Schemer

We hadden elkaar toevallig ontmoet en zouden elkaar toevallig weer uit het oog verliezen. Dat was de afspraak. We hielden niet van afscheid nemen.

We waren vaak bang. Boven alles vreesden we de ochtend. We waren schepselen van de nacht. Overdag scholen we in donkere kamers, met de gordijnen gesloten om de warme zomerdagen buiten te houden. Pas wanneer het begon te schemeren, werden we actief. Dan zwermden we als vliegen uit over de stad die we onze thuis noemden. We vonden elkaar. Afspreken deden we nooit. Het was een kleine stad.

lees meer

Nazomer

Het was eind september en drieëntwintig graden. De geur van bijna uitgebloeide hortensia’s hing in de lucht. Denise harkte de verkleurde bladeren van de hazelaars bijeen. Haar blik viel op de vele paddenstoelen die deze week in haar tuin waren opgedoken, als ongenode gasten die zo zelden op bezoek kwamen dat hun komst steeds met grote vreugde gepaard ging.

Ergens huilde een baby. De boer aan de overkant had zijn maïs nog niet geoogst. Hier en daar hadden mensen al pompoenen voor de deur liggen, maar ook de parasols waren weer bovengehaald. Eerder vandaag had ze de kinderen van Thomassen zelfs onder luid gejoel in een plastic zwembadje zien plonsen.

lees meer

Tram

Margot staat aan de tramhalte. In haar ene hand houdt ze een pluchen konijn, dat ze stevig tegen zich aandrukt. Haar andere hand zit gekneld in die van mama. Mama draagt haar lange, bruine jas. Hij reikt bijna tot aan haar enkels. In die jas lijkt ze wel een koningin. Mama is zenuwachtig. Margot kijkt reikhalzend om. Waar blijft papa toch?

Een tram komt rinkelend en denderend aanrollen. Het trapje is hoog. Een man met grijs haar helpt mama met haar grote koffer. Ze gaan niet op reis. Dat heeft mama haar al twee keer gezegd.

lees meer

Nablijven

Het was druk in het strafstudielokaal. Meneer Mertens keek haar streng aan. ‘Vertel me maar eens waarom je Kevin hebt geslagen. Wat voor gevoel het je geeft om iemand pijn te doen. Vijftig regels.’
Veerle kauwde op haar pen. Het gaf haar helemaal geen gevoel, Kevin pijn doen. Ze had gewoon die lach van zijn mond willen vegen.

Je moeder is dood. Zijn woorden sneden door open wonden. Een witte waas trok voor haar ogen. Haar knokkels tegen zijn kaak. Bot tegen bot. Ze liet zich oppeppen door de jongens die joelend om hen heen stonden.

lees meer

De schade beperken

Deze keer zou ze niet terugkrabbelen. Wil Heerenveen maakte haar rode sportfiets zorgvuldig vast met een dik kettingslot. Alsof iemand het in zijn hoofd zou halen om hier een fiets te stelen.

Camerabewaking. Wet van 21 maart 2007, waarschuwde een bord aan de ingang van het hypermoderne gebouw. Wil haalde een hand door haar haren en trok de kraag van haar hemd recht. Ze moest dit doen. Voor Elke en voor zichzelf.

Haar schoenen tikten luid op de steriel ogende tegels van de inkomhal. De onthaalbediende, een man met grijs haar en dunne lippen, keek haar zwijgend aan.
‘Goedendag, ik kom voor Elke Jansen.’
‘Vrouwenvleugel?’

lees meer

Tocht

Mijn naam is Treesje. Ik ben geboren op de rechter Scheldeoever. Ik ben 29, bang om 30 te worden en nog veel banger om het niet te worden. Ik heb een hekel aan voetbal, cava en saaie mensen. Wanneer ik alleen thuis ben, dans ik door de woonkamer. Ik ben getrouwd met een Sven en moeder van een Jade. Mijn man wil een tweede kind. Ik heb altijd een raam openstaan, ook als het vriest. Ik wil tocht voelen.

lees meer

Honger is kostbaar

De sneeuw viel met dikke vlokken uit de lucht. Vederlicht en tegelijkertijd meedogenloos. Er had zich al een dun, wit laagje gevormd op het grasperkje op de binnenkoer. Na zeventien winters wist Lynn nog steeds niet of ze nu van sneeuw hield of er net een hekel aan had.

Ze at weer. Vijf keer per dag. Kleine porties. Veel meer dan ze eigenlijk wilde.
‘Het is een begin,’ had dokter Michiels gezegd. ‘Een eerste stap.’
  Wat de volgende stappen waren, daar wilde Lynn zelfs niet over nadenken. Ze at voornamelijk toastjes, fruit en rauwe groenten. De geur van gekookt voedsel maakte haar nog steeds misselijk.

lees meer

Oude bomen verplant men niet

Zoveel vrien­den en kennissen had ze zien uitdoven van zodra ze uit hun vertrouwde omgeving werden weggerukt.

Kranige vrouwen, die decennialang met verweerde handen in de aarde hadden gewroet, vodden uitgewrongen en groenten ingemaakt in weckpotten, die zich plots niet meer konden wassen zonder hulp. Sterke bomen, wier wortels zo gewend waren aan de vertrouwde grond waarin ze waren opgegroeid, dat ze gedoemd waren om uit te dro­gen van zodra ze verplant werden.

lees meer

Een WordPress.com website.

Omhoog ↑