Bijzonder

Raymond schilde de aardappelen en spoelde ze zorgvuldig een voor een onder de kraan. Het water voor de boontjes kookte al. Hij had zijn groenten het liefst gekookt. Dat was niet naar de zin van zijn dochter, die gekookte groenten saai en smakeloos vond. Tegenwoordig moest eten een speciaal smaakje hebben. Alles moest bijzonder zijn.

Raymond had nog nooit iets bijzonders gedaan. Zijn hele leven, dat ondertussen ruim tweeënzestig jaar duurde, was een aaneenschakeling geweest van normale activiteiten. Inwisselbare dagen in saaie weken in jaren waarin nooit iets opzienbarends gebeurde. Dat vond Raymond prima. Als hem toch iets overkwam dat het navertellen waard was, dan gebeurde dat ondanks en zeker niet dankzij hem.

lees meer

Boomhut

Tante Sonja verorberde een koffiekoek met chocolade en pudding. Ze had haar te strakke, zwarte jurk aan. Die droeg ze al jaren bij elke familieaangelegenheid, van begrafenissen tot communiefeestjes. En elke keer leek hij nog wat strakker rond haar almaar uitdijende lijf te zitten. Daphne wilde Dylan aanstoten, toen de realiteit voor de zoveelste keer met een schok tot haar doordrong.

lees meer

Rik

Hij kwam ter wereld op 31 december 1999. Om tien voor twaalf, om precies te zijn. Alsof hij koste wat kost nog in de twintigste eeuw geboren wilde worden.

We hebben hem nooit leren lopen. Op een dag stond hij gewoon recht in zijn wiegje. Een paar weken later rende hij al door het huis. Ik heb hem nooit zien vallen. Rik was de eerste van de klas die zijn eigen naam kon schrijven. Hij bindt zijn schoenveters sinds hij drie is. Hij is nooit een dag ziek geweest. Geen mazelen of waterpokken, zelfs geen griep.

lees meer

Oud briefje

Lucy zat op de bovenste trede van de trap. Ze bewoog haar arm in de straal zonlicht die door het glas van de voordeur naar binnen viel. Het licht danste over haar huid.

De harde stemmen van haar ouders galmden door het huis. Ze wilde het niet horen. Toch kon ze niet anders dan luisteren. Het ging nu al maanden zo. Elke keer werden de stemmen luider, de woorden gemener. Het leek wel alsof haar ouders andere mensen werden wanneer ze kwaad waren. Slechte mensen, die elkaar pijn wilden doen. Soms droomde Lucy dat ze ’s ochtends beneden kwam en twee monsters in de keuken aantrof.

lees meer

Rolkei

Het is haar zevenenzeventigste lente. Toch verbaast Alida zich elk jaar weer over de frisheid van het groen dat uit de grond ontspruit, zich roert aan elke boom en struik. De geur van de eerste bloeiende bomen, de tinteling van de zon op haar wangen en blote onderarmen, het gezang van de talloze vogels die op zoek zijn naar een partner of de concurrentie willen wegjagen. Alsof de winter de ware aard, het volle gevoel van de lente telkens weer doet vergeten, haar vervaagt tot een ijl, vormloos begrip.

lees meer

19u14

Je leven is niet meer dan een aaneenschakeling van momenten. Nu stap je van een oude trein op een winderig perron in een stad die niet meer de jouwe is.

lees meer

Pensioen

‘Nog drie maanden en je gaat met pensioen.’ Haar stem klonk opgewekt, alsof ze iets leuks verkondigde. ‘Nu kan je gaan doen wat je altijd al wilde, maar waar je nooit de tijd voor had. Hobby’s. Reizen. Tijd doorbrengen met je vrouw.’
Guido staarde naar het bureaublad van zijn diensthoofd. De vrouw was nauwelijks ouder dan zijn dochter. ‘Weet je nog wat het eerste was wat ik tegen je zei?’
Zijn diensthoofd schudde het hoofd.
‘Je vroeg me hoeveel mensen hier werkten. Ik antwoordde: ongeveer de helft.’
‘Juist, ja.’ Haar gezichtsuitdrukking hield het midden tussen een frons en een glimlach.

lees meer

De openingsscène van mijn roman ‘De schade beperken’

Deze keer zou ze niet terugkrabbelen. Wil Heerenveen maakte haar rode sportfiets zorgvuldig vast met een dik kettingslot. Alsof iemand het in zijn hoofd zou halen om hier een fiets te stelen.

Camerabewaking. Wet van 21 maart 2007, waarschuwde een bord aan de ingang van het hypermoderne gebouw. Wil haalde een hand door haar haren en trok de kraag van haar hemd recht. Ze moest dit doen. Voor Elke en voor zichzelf.

Haar schoenen tikten luid op de steriel ogende tegels van de inkomhal. De onthaalbediende, een man met grijs haar en dunne lippen, keek haar zwijgend aan.
‘Goedendag, ik kom voor Elke Jansen.’
‘Vrouwenvleugel?’

lees meer

Schemer

We hadden elkaar toevallig ontmoet en zouden elkaar toevallig weer uit het oog verliezen. Dat was de afspraak. We hielden niet van afscheid nemen.

We waren vaak bang. Boven alles vreesden we de ochtend. We waren schepselen van de nacht. Overdag scholen we in donkere kamers, met de gordijnen gesloten om de warme zomerdagen buiten te houden. Pas wanneer het begon te schemeren, werden we actief. Dan zwermden we als vliegen uit over de stad die we onze thuis noemden. We vonden elkaar. Afspreken deden we nooit. Het was een kleine stad.

lees meer

Powered by WordPress.com. Thema: Baskerville 2 door Anders Noren.

Omhoog ↑