De stad

In mijn straten zijn bange mensen
onderweg naar huis. mijden
elkaars blik. 

Zelfs in hun huizen bewaren ze de afstand
in Tupperware met bijpassende deksels
netjes gestapeld om later weg te gooien. 

Bewakers van het goede fatsoen
geboren om vooral niet op te vallen. 

In mijn keurig gemaaide parken
raken kinderen in ademnood
stikstof voor hun dromen. 

Ik ben een stad. bewoon me.  
open deuren, verwijder stoeptegels
plant een geveltuin.

Voel wat door mijn straten suist
als bloed door aderen. adem
maak me de jouwe.

Ik ben van niemand en iedereen
wie mij wil, mag me hebben. 

(c) Leen Raats

20 gedichten in 20 weken

Ontvang 20 weken lang elke week een gedicht in je mailbox: de tekst, een geluidsopname waarop ik het gedicht voorlees én een uitleg bij het gedicht: hoe het ontstond, waarover het gaat, of een ander bijzonder, persoonlijk verhaal dat je meer inzicht geeft in dit gedicht.

Ontdek er hier alles over

Geef een reactie

Powered by WordPress.com. door Anders Noren.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: