Dit zijn de boeken die me de afgelopen maanden bijbleven

Wat lees je zelf? Het is een van de vragen die ik als schrijver het vaakst krijg. Dus hierbij: enkele boeken van het bont allegaartje dat ik de voorbije maanden tot mij nam. Misschien zit er ook wel iets naar jouw gading tussen.

‘Tot in de hemel’

Richard Powers

Dit vuistdikke boek werd me aangeraden door een opdrachtgeefster die een vriendin geworden is – dat is een van de leuke aspecten aan freelancen! – en lag al een tijdje op mijn to read-stapel. Rond de jaarwissel vond – neen, maakte – ik eindelijk tijd om erin te vliegen. Het boek telt meer dan 600 pagina’s en benam me meermaals de adem.

Ken je dat gevoel wanneer je sneller begint te lezen, alsof je ogen het ritme van je hartslag willen volgen? Dat je gulzig woorden opzuigt, je ademhaling zich aanpast aan het ritme waarmee de zinnen over de pagina’s dansen? Dat je af en toe moet stoppen met lezen om letterlijk naar adem te happen?

Dat had ik heel vaak bij het lezen van ‘Tot in de hemel’. Powers introduceert zijn personages niet gewoon, hij begint bij hun voorouders. Een geniale manier om een personage voor te stellen, want als je weet waar iemand vandaan komt, begrijp je wie hij of zij is en wil je weten waar hij of zij naartoe gaat. Powers is zo’n zeldzaam soort schrijver die erin slaagt om in enkele zinnen een heel mensenleven samen te vatten. Als je dus van straf uitgewerkte personages houdt, is dit boek een absolute aanrader.

Maar eigenlijk draait dit boek helemaal niet om mensen. Het gaat om bomen. Ze vormen de rode draad doorheen alle verhalen. Ik heb altijd al van bomen en bossen gehouden en die prachtige, oude wezens hebben me steeds mateloos gefascineerd, maar Powers heeft die verwondering nog een diepere dimensie gegeven. Eigenlijk zijn bomen de hoofdpersonages van dit boek.

Kortom: ik raad ‘Tot in de hemel’ aan aan iedereen die verwonderd wil worden en honderden bladzijden lang wil worden meegevoerd in niet-alledaagse verhalen.


The wander society

Keri Smith

Er zijn zo van die boeken die je regelmatig nog eens uit je kast neemt. The wander society is er zo eentje. Ik las het enkele jaren geleden maar heb er recent weer enorm van genoten. Het past helemaal bij mijn levenshouding. Wanderen is namelijk niet meer of minder dan doelloos rondlopen, met een open geest, en je laten verrassen door wat er maar op je pad komt. Dat kan in de natuur, maar net zo goed in een wereldstad.

Als we op reis zijn, doen we het wel vaker, maar de meeste mensen ‘wanderen’ niet in hun eigen omgeving. Ik wel. The wander society lezen voelde aan als thuiskomen, en het was op een vreemde manier leuk om te weten dat er een woord bestond voor wat ik instinctief al mijn hele leven doe, of ik nu als kind tussen de velden zwierf of als student door Mechelen of nu door Haspengouwse beekvalleien. Ook fijn om te lezen dat heel wat grote schrijvers en denkers fervente wanderaars waren en zijn, wat waarschijnlijk deels verklaart waarom ik me zo tot hun werk voel aangetrokken. Dit boek geeft me het gevoel dat ik deel uitmaak van een club gelijkgestemde zielen die elkaar nooit ontmoeten. Heerlijk!

Laat je niet misleiden door de Engelse titel: deze versie, die ik ook las, is in het Nederlands. 


Never mind the pistols

Geert S. Simonis

Dit boekje, dat in 2005 het levenslicht zag bij Baeckens Books, is al zo’n vijftien jaar mijn favoriete dichtbundel. Ik denk dat ik het ooit won bij de Soetendaellewedstrijd, een initiatief van Jeugd en Poëzie waarbij ik elk jaar van mijn dertiende tot mijn vijfentwintigste in de prijzen viel. En die prijzen bestonden uit stapels dichtbundels. Waaronder dit pareltje.

Ik heb geprobeerd om een online link toe te voegen waar je het kan kopen, maar ik zie dat er overal bijstaat dat het boekje niet meer te verkrijgen is.

Het is snelle poëzie vol woordspelingen en verwijzingen naar muziek en films. De titel ‘Never mind the pistols’ verwijst naar ‘Never mind the bollocks’ van Sex Pistols, die legendarische punkplaat die ik als zestienjarige op mijn zolderkamer vijf keer na elkaar draaide, onderwijl luchtgitaar en luchtdrum spelend, en meebrullend als een kwaad straatschoffie uit het Londen van de jaren 70. Verder zijn er onder meer verwijzingen naar Rage against the machine, The Doors, Elvis Costello en zelfs Britney Spears – al krijgt die laatste er genadeloos van langs.

Maar het is meer dan zomaar wat snelle poëzie doorspekt met Engelse termen. Simonis boort diepere lagen aan en hekelt op ondraaglijk lichte wijze de zwaarheid van ons bestaan. Met hier en daar een maatschappijkritische noot om het af te maken.

Enkele van mijn favoriete strofes:

Niemand komt van nergens
behalve de beul maar
die is uitzonderlijk wreed


de pen is machtiger dan het zwaard
je kan er onverwacht
iemands oog mee uitsteken

maar voor de zekerheid
heb ik ook een zwaard


wat niet past in een roman
begint voor zichzelf als poëzie

wat een roman niet ligt
staat als gedicht in kinderschoenen
losse veters zonder rijm


‘Mijn zusje de seriemoordenaar’

Oyinkan Braithwaite

Ik kreeg dit boek in bruikleen van een vriendin. Luchtig boek dat vlot wegleest, maar toch enkele ‘grote thema’s’ aanraakt. Het boek speelt zich af in Nigeria en we komen een en ander te weten over de manier waarop vrouwen daar onderdrukt worden en de corruptheid van de politie, maar dit wordt bijna terloops verteld. Daardoor komt het misschien net harder binnen, want het is voor hen gewoon een dagelijkse realiteit.

Aanvankelijk vond ik ‘Mijn zusje de seriemoordenaar’ wat oppervlakkig en de personages niet sterk genoeg, maar gaandeweg wordt het verhaal steeds beter uitgewerkt en vooral de jeugdherinneringen van de twee zusjes maken dat je met hen gaat meevoelen – zelfs met de ‘vervelende’ zus die, zoals de titel al doet vermoeden, zich ontpopt tot seriemoordenaar.

Het einde is verwacht en toch onverwacht, en ik was er vooral heel blij mee. Zo’n boek om in een ruk uit te lezen op een zonnige namiddag. Al bleef het achteraf toch ook even op mijn maag liggen. Toch niet zo luchtig, dus?


‘De kinderen van Kassandra’

Jan Mampaey

‘Feiten, fictie en filosofische bedenkingen over de wereld zoals hij is en zou kunnen zijn’, belooft het opschrift op de cover en dat is niet gelogen. Jan Mampaey is als diensthoofd van het Provinciaal Natuurcentrum van Limburg een van mijn opdrachtgevers. In dit vlot lezend boek kaart hij de grote uitdagingen waar we als mensheid voorstaan aan, waarbij hij verbanden legt en oorzaken blootlegt die mij voorheen – hoewel ik regelmatig over dergelijke thema’s schrijf voor mijn opdrachtgevers uit de milieusector – niet altijd duidelijk waren. Met opmerkelijke voorbeelden en feiten toont hij heel helder aan waar het schoentje wringt.

Dit is zo’n boek dat je kijk op de wereld blijvend verandert. Tegelijkertijd biedt het hoop, want Jan reikt ook heel wat mogelijke oplossingen aan en toont op zijn manier aan dat een andere manier van leven wel degelijk mogelijk is zonder dat we daarbij elke vorm van comfort en plezier moeten opgeven.

Toch is dit geen puur non-fictieboek, want al die verhalen worden aan elkaar geregen door een fictieve narratief. In die zin deed ‘De kinderen van Kassandra’ mij denken aan De wereld van Sofie, dat briljante jongerenboek dat de geschiedenis van de filosofie in een roman wist te verpakken en samen met mij miljoenen van mijn generatiegenoten heeft ontroerd.

In dit geval is het hoofdpersonage geen nieuwsgierig tienermeisje, maar Hannes, een ambtenaar die elke dag naar zijn werk pendelt, nogal vasthoudt aan structuur en gewoontes en verder eigenlijk gewoon met rust wilt worden gelaten. De perfecte antiheld, die de gebeurtenissen niet zozeer zelf in actie zet, maar ze eerder lijdzaam ondergaat. Zijn haast autistische houding, maakt dat je als lezer met hem meeleeft. Laat die arme man toch gewoon rustig de trein naar zijn werk nemen en naar de radio luisteren terwijl hij kookt, zonder hem lastig te vallen met al die wereldproblematiek.

Ook leuk: het volledig boek speelt zich binnen het tijdsbestek van één week af, en de verhaallijnen vloeien op het einde mooi samen. Een sterke verweving van feit en fictie, die je aan het denken zet.


Waarom deze blog?

Een van de vragen die als schrijfster het vaakst krijg, is wat ik zelf zoal lees. Daarom voortaan een paar keer per jaar deze blog.

Eerlijk is eerlijk: ik kwam op dit idee dankzij de blog van collega-copywriter Christine Bonheure, die dit al een paar jaar doet en onlangs een zeer lovende blog over mijn boeken schreef. Bedankt voor het toffe idee, Christine. Want bestaat er iets mooier dan je liefde voor boeken met anderen delen?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Een WordPress.com website.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: